Schroders: Nieuwe kansen in private credit - waarom infrastructuurschuld nu opvalt
In een markt waarin geopolitieke onzekerheid, inflatierisico’s en schommelende renteverwachtingen opnieuw de toon zetten, zoeken beleggers naar inkomstenbronnen die beter bestand zijn tegen economische tegenwind. Infrastructuurschuld springt daarbij in het oog: de leningen zijn vaak gekoppeld aan essentiële activa, contractuele kasstromen en relatief sterke bescherming aan de onderkant.
Jarenlang profiteerde private credit van een uitzonderlijk gunstige omgeving. Lage rente, stabiele inflatie, ruime liquiditeit en de terugtrekking van banken uit delen van de kredietmarkt zorgden voor sterke groei, vooral in corporate direct lending. Beleggers vonden er alternatieve bronnen van rendement, terwijl beheerd vermogen snel toenam.
Die omgeving verandert. De markt wordt nu bepaald door geopolitieke volatiliteit, structureel hogere inflatierisico’s en onzekerdere renteverwachtingen. De nasleep van het conflict in het Midden-Oosten vergroot bovendien de zorgen over energiezekerheid, toeleveringsketens en de begrotingskracht van ontwikkelde economieën.
Dat betekent niet dat beleggers private credit moeten afschrijven. Wel dwingt de nieuwe omgeving hen kritischer te kijken naar de samenstelling van hun private-creditallocatie. Infrastructuurschuld is in dat opzicht goed gepositioneerd. Binnen een brede inkomstenportefeuille kan deze categorie veerkrachtige kasstromen, bescherming tegen neerwaarts risico en aantrekkelijke inkomsten combineren met blootstelling aan langjarige investeringsmegatrends, stelt Jerome Neyroud, Head of Infrastructure Debt, van Schroders.
Een veranderende macro-achtergrond: rugwind voor infrastructuur
De terugkeer van inflatierisico, mede aangejaagd door de energieprijsschok rond het conflict in het Midden-Oosten, heeft het beleggingslandschap ingrijpend veranderd. Overheden, vooral in Europa en Azië, leggen meer nadruk op economische weerbaarheid, veiligheid en onafhankelijkheid. Dat heeft duidelijke gevolgen voor infrastructuur.
Investeringen in energiezekerheid, elektrificatie, modernisering van transportnetwerken en binnenlandse industriële capaciteit zullen de komende jaren fors moeten toenemen. Ook defensie en strategische weerbaarheid hangen steeds sterker af van infrastructuur, van energienetwerken tot logistieke systemen.
Voor beleggers is relevant dat veel infrastructuuractiva beter bestand zijn tegen inflatie dan traditionele ondernemingen. Inkomsten zijn vaak geheel of gedeeltelijk gekoppeld aan inflatie via contracten, gereguleerde tarieven of concessieovereenkomsten. In sectoren als hernieuwbare energie kunnen activa op korte termijn bovendien profiteren van hogere stroomprijzen.
Veel infrastructuurleningen hebben daarnaast een variabele rente. Stijgt de basisrente, dan stijgt ook het inkomen voor beleggers. Niet alle sectoren gedragen zich echter hetzelfde. Transportactiva, zoals luchthavens en sommige tolwegen, zijn gevoeliger voor zwakkere groei, hogere brandstofkosten en druk op consumentenbestedingen. Selectie op manager- en activaniveau blijft daarom cruciaal.
Verbreding van de private-creditgereedschapskist
Ook de private-creditmarkt zelf verandert. Corporate direct lending is sterk gegroeid, maar de instroom van kapitaal heeft de concurrentie vergroot. In sommige segmenten zijn spreads gedaald, kredietvoorwaarden verzwakt en structuren complexer geworden.
Infrastructuurschuld biedt binnen dat bredere universum een ander risicoprofiel. Anders dan veel corporate direct lending is deze schuld doorgaans gedekt door essentiële, fysieke activa met een lange economische levensduur en hoge toetredingsdrempels. Kasstromen zijn vaak contractueel of gereguleerd, waardoor de afhankelijkheid van kortetermijngroei kleiner is.
Dat onderscheid is belangrijk nu delen van private credit kritischer worden bekeken. Softwarebedrijven en asset-light bedrijfsmodellen hebben andere risico’s dan essentiële infrastructuur. Ook bij datacenters, waar AI en cloudgroei veel investeringen aantrekken, blijft discipline noodzakelijk. Locatie, connectiviteit en concurrentiepositie bepalen of een project solide is of vooral meebeweegt op een bredere hype.
Fundamenten van infrastructuurschuld
Infrastructuurschuld werd lange tijd vooral geassocieerd met langlopende investmentgrade-leningen. Inmiddels is de markt breder. Aan de defensieve kant staan senior investmentgrade-leningen voor beleggers die voorspelbare kasstromen zoeken, zoals verzekeraars. Aan de andere kant zijn er korter lopende, sub-investmentgrade- of junior-leningen met hogere yields, terwijl ze nog steeds profiteren van de defensieve kenmerken van infrastructuur.
De kracht van de beleggingscategorie ligt in de onderliggende activa. Infrastructuur is vaak essentieel voor economie en dagelijks leven, kent hoge vervangingskosten, regulatoire bescherming of langlopende concessies. Historisch leidde dat tot lagere defaultpercentages en hogere recovery rates dan bij bredere bedrijfsobligaties.
Daar komt het inkomensprofiel bij. Ondanks defensieve kenmerken bieden infrastructuurleningen nog altijd aantrekkelijke spreads ten opzichte van publieke bedrijfsobligaties en, in sommige gevallen, corporate direct lending met een vergelijkbaar risico.
Een diepe en groeiende marktkans
Het beeld dat infrastructuurschuld een nichemarkt is, is achterhaald. De wereldwijde investeringsbehoefte in infrastructuur loopt in de biljoenen dollars, gedreven door decarbonisatie, digitalisering, energiezekerheid en demografische verandering. Overheden kunnen dit niet alleen financieren, waardoor private kapitaalverschaffers belangrijker worden.
Europa blijft een van de diepste en meest diverse markten voor infrastructuurschuld. Steun voor hernieuwbare energie, netverzwaring, elektrificatie van transport, sociale infrastructuur en digitale infrastructuur zorgt voor een brede pijplijn.
Nieuwe horizons
Infrastructuurschuld is geen volledige vervanging voor vastrentende waarden of bredere private credit. Wel kan het een kernallocatie vormen binnen private-credit- of real-assetsportefeuilles. In een wereld van geopolitieke onzekerheid, inflatierisico’s en grotere verschillen binnen private credit zijn contractuele kasstromen, variabele rente, premie-inkomen en blootstelling aan essentiële activa waardevol. De kansen groeien, maar succes blijft afhankelijk van selectiviteit, sectorinzicht en strikte kredietanalyse.